Freelin Dreams

www.freelindreams.be

   

nederlands

nederlands  Flyball

Historie

Flyball heeft een merkwaardige oorsprong; het oorspronkelijke flyball apparaat is uitgevonden door een nogal lui heerschap; de Californiër Herbert Wagner in de beginjaren 70. Hij zag in dat z'n honden lichamelijke oefening nodig hadden en balgek waren, maar wilde daar zelf weinig inspanning voor doen. Zelfs het gooien van een bal vond hij nogal lastig. Hij kwam op het idee een apparaat te bouwen dat een bal voor hem gooide (lanceerde), enkele tientallen meters verder. De hond kon dit zelf starten door met een poot op een plankje te duwen. Hij heeft voor het eerst flyball getoond tijdens een Johnny Carson (tonight) show wat door miljoenen Amerikanen werd bekeken. Niet lang daarna zijn verschillende hondentrainers en hondenclubs flyball apparaten gaan bouwen en gaan gebruiken. In Noord-Amerika werd flyball zo populair dat begin de jaren ’80 The North American Flyball Association (NAFA) werd opgericht met een wereldwijde autoriteit voor flyball. In een gewijzigde vorm is dit idee later omgevormd tot de sport die het op dit moment is. Aan het geheel is een baan met hindernissen toegevoegd en men is met teams tegen elkaar gaan strijden.

Wat is flyball?



Flyball is dus een teamsport voor honden. Een team bestaat uit minimaal 4 en maximaal 6 honden, waarvan er altijd maar 4 aan de start staan. De andere 2 honden worden ook ingezet, maar daarover later meer bij het onderdeel "Het eerste team". Iedere hond moet zelfstandig een parcours afleggen. Het parcours bestaat uit 4 lage smalle hindernissen met aan het eind het apparaat waarnaar de sport genoemd is, het flyball apparaat. Het apparaat bestaat uit een rechthoekige kist (box) met aan de voorzijde een schuine plank waarin de ballen worden geplaatst en aan de achterzijde een mechanisme die de ballen afschiet. Als een hond zijn poot op de schuine plank zet komt het mechanisme in werking en wordt de bal in de richting van de hond gelanceerd. De baan bestaat uit vier hindernissen (sprongen), die op nauwkeurig bepaalde afstanden vanaf de startlijn worden geplaatst (de honden wennen aan de afstand en springen "op gevoel").Hoe ziet een flyball race er uit? De eerste van de vier honden start na het sein van de scheidsrechter en op het vertreklicht. Hij springt over de vier hindernissen en gaat op het flyball apparaat af. Daar zet hij zijn poten op het plankje aan de voorzijde (in de praktijk is dat meer: "springt er bovenop"), de bal wordt gelanceerd, die vangt hij en rent met de bal in de mond zo snel mogelijk over de vier hindernissen terug naar zijn baas. Achter het flyball apparaat staat de ballenlader, die telkens het apparaat moet voorzien van nieuwe ballen. De tweede hond mag starten zodra de eerste met de punt van zijn neus of met een poot over de finish (tevens startlijn) komt. Zodra alle vier de honden op deze wijze het parcours hebben afgelegd is de race voor hen gelopen. Als ze dat sneller doen dan de vier honden op het parcours ernaast hebben ze de race nog gewonnen ook. Indien er sprongen omvallen tijdens een race, dan blijven deze gewoon liggen als er geen gevaar is voor kwetsuren! De honden moeten wel het parcours nemen alsof de hindernissen er staan (ze mogen er dan niet omheen lopen). In een wedstrijd racen 2 ploegen tegen elkaar. Het team waarvan de  4 honden het eerst foutloos binnenkomen, wint die run. Een race bestaat uit 3 (best of three) of  5 (best of five) runs, afhankelijk van de organisatie. Na de voorrondes wordt de dubbele afvalling gespeeld. M.a.w. de winnaar van de race gaat verder in het tornooi. Een team dat twee races verliest is uitgeschakeld.

Teams

Een team bestaat uit 6 honden, waaronder 4 basishonden en 2 reservehonden. Deze mogen gedurende een tornooi om praktische of strategische redenen gewisseld worden. Buiten de honden en hun geleiders bestaat een team tevens uit de coach, eventueel een assistent en de ballader. Er zitten in elk team wat snellere en wat langzamere honden. Zet je de snelle honden aan het begin van de dag veel in, dan zijn ze halverwege de dag zo vermoeid dat 's middags hun prestaties erg teruglopen. Er moet dan ook met veel tactisch inzicht bepaald worden wie wanneer loopt. Een ander punt is dat de hoogte van de hindernissen wordt aangepast aan de kleinste hond van het team dat aan de start verschijnt. Veel teams zorgen voor enkele kleine (en snelle) honden, zodat de grotere het ook wat makkelijker hebben.

Startvolgorde

De tijden blijken in grote mate beïnvloed te worden door de volgorde waarin de honden starten. De eerste hond moet een snelle starter zijn, aangezien de hond kort achter de startlijn zijn sprint begint. De andere honden kunnen eventueel wat langzamer op gang komen. Om dat op te vangen start de hond wat verder achter de startlijn. De captain laat die hond op zo'n tijdstip starten dat hij net nadat de vorige hond bij de finish komt over de startlijn gaat. Dit noemt men een vliegende start. Daarnaast hangt de startvolgorde ook af van de onderlinge relaties tussen de diverse honden. Als twee honden elkaar niet echt goed liggen is het beter om ze niet op de start-/finishlijn te laten kruisen. Het spelletje is zo simpel van opzet dat het lijkt alsof er voor de hondenbezitters weinig lol te beleven valt. Het enthousiasme van de honden en de spanning van competitie en wedstrijden voor de dagprijs maken het tot een zeer enerverende sport. Vooral het feit dat de resultaten meteen bekend zijn (bij vele andere sporten is een uitslag pas aan het eind van de dag bekend) en dat er een directe confrontatie is met een ander team draagt bij tot de attractiviteit van flyball. Daarnaast is het eindresultaat in grote mate afhankelijk van tactiek. Welke hond moet op welk moment ingezet worden? In welke volgorde starten de honden? Allemaal tactische problemen die door de team captain moeten worden opgelost.

Hoe aanleren? 

Flyball lijkt op het eerste zicht eenvoudig, maar niets is minder waar. Meestal, zal de hond bij het aanleren vrij snel vatten wat Flyball is, bovendien vindt hij/zij het zeer prettig want, op flyball staat geen snelheidslimiet, hierdoor kan de hond door zijn uitbundigheid zijn overtollige energie kwijtraken. Natuurlijk, bestaan er ook reglementen bij flyball om te vermijden dat de hond zich niet gaat kwetsen, zo mag de hond geen fouten gaan maken en zomaar in het wilde weg gaan lopen en springen, alles verloopt volgens een strikt opgelegd programma. De baasjes, deze moeten vooral goed gemotiveerd zijn en ook wat over fysieke conditie beschikken. Flyball wordt stap voor stap op een rustige manier aangeleerd.

Gezondheid

Het spreekt vanzelf dat elke hond die aan flyball doet in goede gezondheid moet verkeren. Geblesseerde honden (vaak blessures buiten het flyball opgelopen) kunnen beter een tijdje niet aan de wedstrijden deelnemen, opdat de blessure de kans krijgt om te genezen. De vraag bij elke sport is welke gezondheidsrisico's eraan kleven. Flyball kenmerkt zich door een betrekkelijk geringe hoeveelheid flyball gerelateerde blessures. Wel is het zaak de honden goed in de gaten te houden en bij de geringste twijfel de dieren te laten onderzoeken. Met name de voorpoten, knieën, nek en rug worden bij flyball belast. De voorpoten bij het afremmen voor het flyball apparaat, de knieën bij het draaien, de nek bij het vangen van de bal en bij het draaien, en de rug bij het remmen en draaien. De wat grotere rassen zijn vaak op die punten wat gevoeliger (meer gewicht te verplaatsen). Het hangt natuurlijk erg van het karakter van de individuele hond af hoeveel hij van zichzelf eist en of hij snel laat merken dat er iets mis is.

Geschikte rassen

In feite kan elke hond (mits gezond) aan flyball doen, mits hij een echte 'ballengek' is. De enige motivatie van de hond bij het aanleren van flyball is het halen van een balletje. Er zijn natuurlijk wel typen honden en rassen te bedenken die met de lichamelijke inspanning problemen hebben, maar ook die kunnen in principe de sport leren.

Help!! Mijn hond een flyball- gek!

Een echte flyball- hond komt bruisend van enthousiasme het plein op: blaffen, springen, hij wil zo graag spelen. Denkt u dat u nu altijd met zo’n wildebras opgescheept zit? Niet ongerust zijn: gehoorzaamheid en flyball zijn te combineren! Leer je hond het verschil kennen tussen de les en het spel, zoals een kind op school het verschil leert tussen de lessen wiskunde en de speeltijd. Blijf werken aan gehoorzaamheid: dit is onontbeerlijk voor elke hond en elke discipline.

 

 

Bron: eigen inbreng en titels uit andere flyball gerelateerde sites.

Ons flyball team :

Hondenschool Herleving Geraardsbergen

flyballdogs.be




www.freelindreams.be